Citadelpark Gent

Buskruitfabriek Cooppal Wetteren

Vliegvelden WO I Regio Gent

WO I Munitiepark Kwatrecht

De Dodendraad

De Hollandstellung - Duitse WO I bunkerlinie

Reichsschüle Flandern - SS-School Kwatrecht

Duitse Atlantic Wall Radarpost - Goldammer

WOI en II Munitiedepot De Ghellinck Zwijnaarde

Duitse gangen onder centrum Gent WOII

Publieke WOII Schuilplaatsen Groot Gent

Het Fort van Eben Emael

KW-linie

WO I - Kwatrecht - Melle

18 daagse veldtocht gekoppeld aan TPG

Neergestorte B17 te Kwatrecht 19-09-1944

De bevrijding WO II van de regio rond TPG

Details van de legers:

Gesneuveldenlijsten:

Contact en onbeantwoorde vragen

Media-aandacht

Copyright

Links

Beschrijving Bruggenhoofd Gent.

De bouw van Bruggenhoofd Gent als onderdeel van de Belgische fortificatiepolitiek.

De Bouw van Bruggenhoofd Gent is maar een klein onderdeel van de ganse fortificatiepolitiek die plaats had over het ganse Belgische grondgebied. U krijgt hier een chronologisch overzicht hoe deze fortificatie verliep voor Belgie vanaf eind jaren '20 tot de hel losbarstte in mei 1940.

Korte beschrijving van de toestand van het Duitse leger ten tijde van mei 1940

In de periode tussen januari 1934 en december 1939 had Duitsland maar liefst 90 Miljard Deutsche Reichsmark gespendeerd aan de uitbouw van zijn nieuwe leger. In een periode van drie jaar, 1934 tot 1937 was het Duitse leger uitgegroeid van 125.000 naar 800.000 soldaten.

Het zou reeds van bij de eerste uren dat Duitsland België aanvalt op 10 mei 1940, bewijzen nieuwe, op dat moment revolutionaire technieken toe te passen. Het zal de geallieerde landen verrassen met zijn Blitzkrieg. Een oorlogvoering gebaseerd op zeer beweeglijke en goed georganiseerde troepen. Dit staat letterlijk lijnrecht tegenover de courant toegepaste statische oorlogvoering die op dat moment massaal geldend was binnen gans Europa. Een oorlog waarbij iedereen zich massaal verdedigd via Forten en bunkers, was hier nu net het tegenovergestelde van.

Binnen deze Blitzkrieg zal het massaal gebruik van parra's of troepen die met zweefvliegtuigen worden gedropt, ook perfect passen. Zonder de uiterst goed voorbereide aanvallen met zweefvliegers op het oninneembare Fort van Eben Emael en de bijhorende nabijgelegen bruggen over het Albertkanaal, had de Belgische verdediging, het zeker langer uitgehouden. Vanaf de grond was het fort van Eben Emael inderdaad oninneembaar. Vanuit de lucht was het al veel zwakker. De Duitse aanvallers waren dus wel letterlijk de eersten die het uiterste belang van oorlogvoering vanuit de lucht inzagen.

Duitse Infanteristen Duite Parachutist Duitse Infanterist met MP38

Links: Duitse Blitzkrieg, snel oprukkende infanteristen proberen een dorp in te nemen - Centraal: Duitse parachutist, zeker bij aanvang van de oorlog, de Duitse elitetroepen - Rechts: Duitse Infanterist met MP38 (Foto's: Collectie Lecturama)

Overzicht van het Duitse leger anno mei 1940.

De basis van het Duitse leger werd nog altijd gevormd door een goed georganiseerde Infanterie.

Deze was al heel wat mobieler dan diezelfde infanterie tijdens WO I. Toch zouden zich nog altijd massa's troepen zich te voet dienen voort te bewegen.

Schets links: Een Duitse infanterist (gekend Duits schetsenboek)

Standaarduitrusting Duitse Wehrmacht soldaat in gevechtsuitrusting. Dit voorbeeld behoorde origineel tot een verkennerseenheid. We herkennen duidelijk als behorende tot de wapenuitrusting het basiswapen, de K98 met opgestoken bajonet. 2 steelgranaten (model 24), een eiergranaat (model 39) en een kogelband voor een zware mitrailleur. Op de rug draagt hij ook nog een reserveloop voor een MG34. Buiten de bewapening zien we ook nog gans de oorlog, ondanks niet meer effectief toegepast, het gasmasker opduiken. Daarnaast nog zichtbaar: kogeltassen, schop, ransel, gamel, drinkbus,... (Foto's: Gazette des uniformes - n°23 Jan-Feb 1975)

links en rechts: doortrekkende Duitse infanteristen in de meidagen '40 (Beide foto's: Replica)

Daarnaast waren er vergeleken met WO I toch wel al meer mechanische hulpmiddelen om de troepen sneller te laten doortrekken. Toch was dit tijdens de meidagen nog beperkt. Naast voetvolk waren er wel heel wat troepen die zich verplaatsten per fiets, de cyclisten. De grote massa was echter nog altijd te voet, op de fiets of met kar en paard.

Op dat gebied wordt ons beeld van de Duitse blitzkrieg nog altijd zwaar scheefgetrokken door oude Duitse propagandafilmpjes die natuurlijk altijd dat sterk gemotoriseerde en gepantserde leger toonden, vaak nog in volledig in scene gezette filmpjes.

Links: een standaard Duitse Cyclist - Rechts: fraaie Duitse kleurenpostkaart met cyclisten (Beiden: Replica)

Ook aan Duitse kant werden cavalerie-eenheden meer en meer geautomatiseerd, onder andere met motoren. Dit was ook de situatie in het Belgische leger op dat moment. Dit wil zeker niet zeggen dat er geen cavaleristen te paard meer opdoken. Beide vormen van Cavalerie bleven zeker naast elkaar zichtbaar. Het valt ook niet te negeren dat de Duitse aanvaller in de gebieden die het wist te bezetten vlot alles meenam en hergebruikte wat in zijn verdere veldtocht van dienst kon zijn. Motoren hoorden daar zeker bij.

Boven: Duitse cavalerie trekt op 10 mei 1940 de Duits Luxemburgse grens over (Foto: Replica) - Onderaan links: Duitse motor met sidecar in sterk vernielde stad of dorp (Foto: Bundesarchiv: Werber Robert - Onderaan rechts: Duitse motorrijder.(Foto: Replica)

Het Duitse basiswapen was nog altijd gebaseerd op het Mauser geweer, model 98. Vanaf 1935 werd dit de aangepaste versie Mauser model 98K, meestal afgekort als K98. Ondanks dat het basismodel reeds dateerde uit eind vorige eeuw en reeds massaal werd gebruikt tijdens WO I, was dit zeker nog altijd een zeer goed en efficiënt wapen. Het zou geleidelijk aan tijdens de oorlog vervangen worden door het Gewehr 41, en nog later het Gewehr 43, beiden half automatische wapens. Ondanks de betere en nieuwere versies van karabijnen, zou men het oudere K98 geweer blijven tegenkomen bij Duitse troepen tot en met de val van het Duitse Rijk. In totaal werden er wereldwijd van dit ontwerp 5 miljoen gebouwd waarvan er ongeveer 2.8 miljoen dienst deden bij het Duitse leger in de 2e Wereldoorlog. Ook het Belgische leger gebruikte ten tijde van de meidagen '40 massaal de Mauser 1935, zie hier de link waar nog meer info is terug te vinden over de wapens gebruikt binnen het Belgische leger rond dezelfde periode.

De K98 was een grendelgeweer. Toch was het een vrij precies wapen waardoor het ook veelvuldig gebruikt werd door scherpschutters. Het wapen was bijkomend ook zeer gemakkelijk te voorzien van een aangepast vizier om dit mogelijk te maken.

Het kaliber van het wapen was 7.92 mm en het werd standaard geladen met strips van 5 kogels alhoewel het zonder problemen ook zonder deze strips geladen kon worden op basis van losse patronen. Het vuurbereik was maximaal 4 a 500 meter.

Boven: Didactische kaart van een Mauser K98. Foto midden: een intact K98 geweer (www.bunkergordel.be) - Volgende rij: 2 foto's van K98 geweren in gebruik tijdens WO II (Beiden: Replica). Onderaan: K98 als scherpschuttergeweer (Foto: Replica)

De standaard handmitrailleur was in het begin de MP38 (Machinepistole model 1938). Het ontwerp was van Ingenieur Vollmer van de Ermafabriek. In de volksmond ging men dit wapen vaak ook een Schmeisser noemen. Deze naam kwam namelijk voor op het munitiemagazijn. Het wapen werd zeker nooit effectief ontworpen of gemaakt door Schmeisser die wel degelijk ook een wapenfabrikant was. Schmeisser stond enkel in voor de productie van de laders. De originele MP38 was een zeer verfijnd en soms te verfijnd automatisch wapen. Dit maakte het zeer gevoelig aan stof en vuil waardoor het vrij snel blokkeerde. Het wapen werd dan ook wegens te grote vraag tijdens de oorlog amper 2 jaar later vervangen door de sterk gelijkende MP40. Deze laatste was iets minder verfijnd en daardoor beter geschikt voor massaproductie.

Bovenaan: Schetsen van de MP40 zoals terug te vinden in de originele handleiding van dit wapen: "Die Machinepistole 40 - Beschreibung und handhabung" p12-13. Onderaan: MP40 in koffer met bijhorende laders en onderhoudsmateriaal (Foto: Replica)

De verschillen tussen beide types zijn zeer nihil en op vele foto's nauwelijks zichtbaar.. De gemakkelijkste wijze om ze van elkaar te onderscheiden, is te kijken naar het stukje juist boven de lader. Dit is ribvormig gelijnd bij de MP38 en glad bij de MP40.

De gevulde laders dienden met de open kant naar onder in de kogeltassen opgeborgen te worden. De handleiding raadt ook aan laders niet permanent geladen te houden maar deze maar gevuld te bewaren zo lang als nodig om ze zo optimaal werkend te houden.

Het kaliber van deze wapens was 9 mm. Deze wapens waren voorzien van laders voor 32 of 64 kogels en hadden een vuursnelheid van 500 a 550 schoten per minuut. Hun vuurbereik was vrij beperkt tot een 200 tal meter. Uiteindelijk waren dit aanvalswapens met de bedoeling te doden of verwonden al maaiend van vrij kortbij. Omdat het wapen ook volledig uit metaal was en bv geen houten handgrepen had, kon het bij intensief gebruik vrij heet worden en brandwonden veroorzaken.

Nadeel aan deze mitrailleur was dat hij enkel als automatisch wapen instelbaar was. Voordeel was dan weer dat zijn vuursnelheid niet zodanig hoog lag zodat een geoefend schutter er wel in slaagde door voorzichtig genoeg om te gaan met de trekker het wapen schot per schot te gebruiken.

Alleen al van de MP40 werden er ongeveer 1.2 miljoen gemaakt en gebruikt binnen het Duitse leger. In eerste instantie waren dit de typische wapens voor parachutisten en tankbemanning omdat ze vrij compact waren. In een latere fase van de oorlog werden ze zeer algemeen binnen de infanterie gebruikt.

Toch zouden na de veldtocht tegen Polen bij de Westfeldzug heel wat eenheden van de 1e Welle, kampen met chronisch gebrek aan deze pistoolmitrailleurs. Bij sommige eenheden zaten ze slechts aan 25% van de normaal voorziene hoeveelheid van wat origineel had aanwezig moeten zijn van dit type van wapens in die eenheden..

Foto's Linkboven en Links midden: voorbeeldfoto's MP38. Boven de lader zie een lijnvormig geribd gedeelte dat zeer specifiek is voor dit model ten opzichte van de MP40. (www.deactivated-guns.co.uk) - Foto's rechtsboven en rechts midden: Hetzelfde wapen type MP40 (www.gunpics.net) - Linksonder: Duitse soldaat met MP38. Hier zie je heel duidelijk de ribbels op het stuk boven de lader. (Serie: Unsere Mutter, Unsere Väter) - Foto rechtsonder: Duitse soldaten met een MP40 (www.stormfront.org)

Qua zware mitrailleurs waren er mogelijks 2 courante types in gebruik.

De meest belangrijke aanvalstroepen, ook bestempeld als de mitrailleureenheden van eenheden deel uitmakend van de 1e Welle, gebruikten toen bij de inval in België de MG34. Oudere eenheden vanaf 2e Welle en nog lager, waren meestal aangewezen op de oudere Maxim M08 mitrailleurs.

De MG34 was een ontwikkeling ontstaan uit het bundelen van de goede zaken van verschillende bestaande wapens tot een degelijke op het slagveld bruikbare mitrailleur. Het wapen zou in verschillende Duitse fabrieken geproduceerd worden.

Het wapen was bruikbaar als infanteriemachinegeweer tot op afstanden van 1200 meter, als luchtafweer tot 3500 meter. Dit type van wapens onderscheidde zich vooral door de hoge vuurfrequentie. Zo had deze een schietsnelheid van 800 a 900 schoten per minuut (wat zeer hoog ligt).

Het kaliber van kogel was opnieuw de 7.92 mm (idem als de Maximmitrailleur). Qua uitvoering vindt men zowel het model met kogeltrommels (50 kogels in enkele uitvoering en 75 kogels bij dubbele uitvoering) terug als dit met kogelbanden. De trommel was handiger wanneer het wapen vlot diende te kunnen bewegen (in voertuigen of als luchtafweer). Bij opstellingen waarbij het wapen werd gevoed met kogelbanden (per 250 kogels) was altijd onder andere door de hoge vuursnelheid een tweede persoon nodig om de kogelbanden vlot in het wapen te laten lopen. De kogelbanden waren bijkomend opgebouwd uit lengsels van telkens 50 kogels die werden samengevoegd tot grotere banden van 250 kogels.

Om een MG34 in degelijke staat te behouden, moest men officieel per 250 a 300 schoten na elkaar de loop wisselen. Daarom was er bij elke mitrailleur steeds een reserveloop en asbesthandschoen aanwezig om dit vlot te kunnen uitvoeren.

Het was qua productie een zeer duur wapen want er was bijna 50 kg staal nodig voor de productie van 1 mitrailleur. Daarnaast was het zeer gevoelig aan stof en vuil en kon het hierdoor blokkeren. Toch was het aan Duitse kant een zeer graag gebruikte mitrailleur.

Het wapen had ook verschillende mogelijke opstellingen qua voet. Heel populair was de versie die was voorzien van een eenvoudige tweepoot vooraan. Dit kon zeer eenvoudig meegenomen worden bij bv de veldtochten. De totale mitrailleur woog op dat moment amper 12 kg. Dat is de type van de MG34 die bekend zal komen te staan als lichte MG34.

Daarnaast bestonden er nog een 3 tal verschillende types van voet waarbij het wapen zijn totale gewicht ging wijzigen van 19 kg tot 36 kg per mitrailleur. Het mag dan ook meteen duidelijk zijn dat bepaalde uitvoeringen zeker niet geschikt waren om voortdurend te moeten verhuizen. Dat zijn de versies die men in het algemeen ging gaan bestempelen als de zware MG34.

Enkele foto's van gebruik van de MG34 mitrailleur. Bovenaan links ziet u de Zware MG34. Het verschil tussen licht en zwaar zit hem dus in hoofdzaak in de al dan niet aanwezigheid van de stoel onder de mitrailleur. De meest passende foto's voor wat zich hier kan hebben afgespeeld zijn deze van dit type mitrailleur met de 2-poot vooraan (lichte MG34 mitrailleur). (Alle foto's bovenste 2 rijen: Replica). Onderaan 2 foto's van Duitse schuttersputten, telkens verdedigd met bijhorende MG34. Vermoedelijk zijn dit 2 foto's van de Duitse veldtocht in Rusland. (foto links: Replica - foto rechts: boek Wenn alle Bruder Schweigen)

Bij eenheden vanaf de 2e Welle was de zware Maxim mitrailleur, model 1908 de nog courante aanwezige zware mitrailleur . Dit type mitrailleur was eveneens in gebruik op dat moment als basis zware mitrailleur bij het Belgisch leger. Zie hiervoor deze link. Het wapen had letterlijk één zwaar minpunt, zijn gewicht.

Het enige wel degelijk van belang zijnde opmerking tussen de Belgische en Duitse Maximmitrailleurs dat dient te worden gemaakt, was dat beide types van mitrailleur onderling niet compatibel waren van toegepaste munitie. Deze was dus beperkt verschillend tussen de Belgische en Duitse versie die op dat moment in gebruik waren. Indien de ene dus een mitrailleur van de andere wou verder gebruiken, was men tevens dus ook verplicht de bijhorende munitie te hebben. Dit is ook een belangrijke opmerking om mee te nemen in je achterhoofd als je strijdverhalen over die periode leest.

De oudste versie van Zware Maxim 08 was deze versie opgesteld op een driepoot. (Foto: Replica)

Dit type van Maxim 08 op slede was ook wat bij het Belgisch leger nog de basismitrailleur was om te gebruiken in onder andere de bunkers van TPG. (Foto: Replica).

Naast deze zware Maxim 08 was bij troepen vanaf de 2e Welle ook nog zeer courant de lichtere variant van deze Maxim in gebruik, beter gekend als de Lichte Maxim 08/15. Dit type van Maxim is te herkennen aan de houten kolf achteraan alsook de pistoolgreep om het wapen af te vuren. Let op, je kan het ook zoals hieronder op enkele foto's terugvinden, opgesteld op een identieke driepoot als deze van de Zware Maxim. Ook de 2 kleinere steunpootjes vooraan, maken hem vlot herkenbaar van de zware Maxim.

Enkele fraaie zichten om opgestelde Duitse Maxim mitrailleurs. Dit zijn zo goed als zeker allen foto's van de Lichte Maxim 08/15. Enkel de foto links in het midden is allicht een Zware Maxim. De bovenste foto is allicht zelfs genomen ergens aan de Franse kusten, dus vermoedelijk rond de bevrijding. Bij deze mag het dus duidelijk zijn dat deze mitrailleurs zelfs tot dan dienst hebben gedaan bij bepaalde eenheden. (Alle foto's: Replica)

De standaard gebruikte handgranaten, waren de typisch Duitse steelgranaten. Het eerste type van dit soort granaten werd reeds in 1915 in de strijd gegooid tijdens WOI. Dit type van handgranaten, model 24, zou aan Duitse kant nog gans WO II gebruikt worden. Het ontwerp is eigenlijk nooit echt zwaar aangepast geweest.

Wat men af en toe in de velden nog terugvindt bij metaaldetectie zijn de specifieke dopjes van achterop de steel zoals op de foto hiernaast nog te zien.

Schets links bovenaan: Detailschets Duitse steelgranaat model 24 (F.M.G. Handbuch für Lehrer un Schüler - Berlin 1935) - Foto's bovenaan rechts: Foto's van enkele sterk gelijkende en toch beperkt verschillende types steelgranaten (Foto's Replica) - Schets links onder: Schets uit een gekend schetsenboek - Foto rechts onder: Een Duitse aanval waarbij de soldaten duidelijk de steelgranaten mee in aanslag houden (Foto: Replica)

Net zoals bij de Belgen waren er courant mortieren voorzien. Bij de Belgen waren dit standaard per peloton 3 DBT granaatwerpers. Aan Duitse kant was dit per peloton 1 lichte mortier 8 cm, model 1934 of 1 lichte mortier 5 cm, model 1936. Daarnaast duiken toch ook nog vlot foto's op van mortieren gemonteerd op een frame, net zoals een kanon. Dit waren de tegengangers van bij de Belgen de 78 mm mortieren. Een model trouwens dat ook aan Duitse kant nog hier en daar blijkt op te duiken. Grote nadeel van deze laatste, opnieuw zijn grote gewicht.

(Foto: Collectie Cedric Lippens)

Foto's boven: Mortieren tijdens de Duitse veldtochten in gebruik. (Foto links: Coll. Lecturama - Foto rechts: Boek Wenn alle Bruder Schweigen). Onderaan mortieren op wielen gemonteerd. Dit werden ook vaak Obusiers genoemd. (Beide foto's: Replica)

Het standaard anti-tankgeschut bij aanvang van de meidagen was de 3.7 cm PAK (Pantzer Abwehr Kanone) versie 1936. Dit pantserafweergeschut bleek bij aanvang te voldoen om lichtere tanks uit te schakelen maar bij voldoende bepantsering, werden ze te licht bevonden.

De standaardprojectielen afgeschoten met dit geschut wogen ongeveer 700 gr. Dit kon worden afgevuurd met een snelheid van 745 m/s. In latere periodes zouden nog aangepate granaten ontworpen met koppen van 370 g dewelke konden worden afgevuurd met een snelheid van 1020 m/s (Pzgr40).

Grote voordeel aan dit wapen was zijn mobiliteit. Het was origineel bedoeld om getrokken te worden door paarden maar zeer vaak duiken er foto's op waar de manschappen zelf een dergelijk afweergeschut meetrekken. Het kon in nood eenvoudig verplaatst worden vanaf een tweetal aanwezige personen.

Dit type van pantserafweergeschut duikt in de meidagen zeer courant op tot in de voorste lijnen van het front. Ik vermeld dit maar omdat de mogelijkheid om met zwaarder geschut op te rukken tijdens de 18-daagse veldtocht in België sterk bemoeilijkt werd door het massaal opblazen van bruggen over kanalen en rivieren door terugtrekkende geallieerde (Belgische) troepen. Dit zou in vele gevallen het zwaarste geschut zijn die bij Duitse aanvallen in de frontlijn beschikbaar hadden gedurende de eerste dagen van strijd aan bepaalde frontlijnen.

Het doorboringsvermogen was sterk afhankelijk van de afstand waarop het projectiel werd afgevuurd alsook het type granaat. Voor Standaard werd gerekend op een maximaal vuurbereik van 2 km. Vanop 100 meter konden diktes tot 64 mm gehaald worden. Vanaf 500 meter was dit nog amper de helft (31 mm). Op 1000 of 1500 meter, was dit nog amper 20 mm. Bovenstaande getallen zijn geldig voor Pzgr40. De basisversies liggen allicht amper rond de helft.

Ondanks af en toe licht uitvallend, zou het wapen dienst blijven doen tot 1942. Rond die periode werd het geleidelijk aan vervangen door zijn 5 cm variant.

Het was vaak het eerste iets zwaardere wapen dat de frontlijn wist te bereiken en werd dan ook niet alleen gebruikt om vijandelijke pantsers uit te schakelen. Foto links boven: Een PAK 36 die een kruispunt bezet houdt, mooie kleurenprent (Foto: Replica). Rechts boven: Een PAK36 die door zijn begeleiders, zoals het meestal gebeurde, wordt getrokken bij gebrek aan paarden (Foto: Replica). Foto rechts midden: een aanval op de toegang van een bunker met een PAK36. (Foto: Replica). Onderaan 2 foto's van dergelijke PAK-wapens tijdens de veldtocht. (Foto links: Replica - Foto rechts: Boek Wenn alle Bruder Schweigen)

Daarnaast dient het toch zeker gezegd te worden dat dit wapen zeker de mindere was van de Belgische C47 kanonnen. De vuurkracht en efficiënte van de Belgische gebruikte variant domineerde zeker deze van zijn Duitse tegenganger. De Belgische C47 zouden dan ook na de overrompeling en kapitulatie van België zeer vlot verder gebruikt worden tijdens de rest van de veldtocht door de Duitse troepen. In hun terminologie, werd dit geschut bekend als de PAK185.

Duitse soldaten die vlot Belgische veroverde C47 kanonnen inspecteren alvorens op te nemen binnen hun eigen bewapening. (Foto links: Replica - Foto rechts: Ebay)
De Duitse troepen die België binnenvielen beschikten wel over heel wat Pantsers. Alleen werden deze gigantisch opgehouden door de terugtrekkende Belgen die massaal infrastructuur en bruggen opbliezen bij hun terugtrekken. De Duitse pantsers raakten hierdoor dan ook nooit tijdig tot bij de Duitse oprukkende infanteristen. Deze dienden dan ook vaak zonder deze steun op te rukken.
Duitse oprukkende Pantsers

Zo zijn er allicht tijdens de aanvallen op Bruggenhoofd Gent van Duitse kant bitter weinig Duitse Pantsers tot in de voorlinies geraakt tijdens de enkele dagen dat hier hard gevochten werd. Vergeet niet dat het zwaarder materieel eerst diende over de Dender te geraken waar geen enkele brug heel was gebleven door vernielingsoprdachten van het Belgische leger. (Foto: Replica)

Qua artilleriegeschut was de Duitse invaller zeker goed voorzien. Zeer gevreesd om zijn vuurkracht was het 88 mm Flak (Flieger Abwehr Kanone) kanon. Dit werd zowel als artillerie gebruikt als voor luchtdoelgeschut. Voor beide functies was het een zeer doeltreffend wapen. Het 88 mm Flak kanon is op foto's vrij gemakkelijk te herkennen omdat het op een vierpoot staat opgesteld. Het kanon is standaard niet voorzien van wielen. Om het geheel te verplaatsen stond het op een dubbele dolly van 2 keer 2 wielen. Het kanon zat er als het ware tussengeklemd. Om het kanon effectief te gebruiken, dienden beide gedeeltes van rond het kanon weggenomen te worden en het geheel gemonteerd op vaste grond. Dit had dus wel als nadeel dat het kanon gemonteerd achter (meestal) een halftrack niet bruikbaar was zonder het te demonteren. Bij vervoer diende men trouwens het kanon te verplaatsen met de loop naar voor gericht (in de richting van het trekkende voertuig) wat gebruik achter het voertuig opnieuw nog eens onmogelijk maakte.

Links boven: een 88 mm FLAK achter een halftrack. Je ziet hier duidelijk hoe het op wielen wordt meegetrokken. Om het te gebruiken diende dit volledig afgekoppeld en op de vaste ondergrond geplaatst. Rechts boven: Een 88 mm FLAK opgesteld als kanon om directe doelen uit te schakelen. Vergeet niet dat dit 88 mm kanon ook hetzelfde kanon is dat later in de fameuze Tijger en Pantertanks zou worden ingewerkt als kanon. Onderaan: twee blikken op in het veld opgestelde 88 mm kanonnen (Alle foto's: Replica)

Naast de Flak 88 mm beschikten de Duitse invaller nog courant over gelijkaardige types van geschut die wel degelijk op een rijdend onderstel stonden. Dit waren echter zeker nooit 88 mm kanonnen maar 100 of 150 mm geschut.

Probleem is dat het niet zo evident is op foto's duidelijk het verschil tussen beiden te zien. Beide kalibers konden namelijk gemonteerd worden op een zo goed als identiek onderstel. Doordat deze wapens op een onderstel stonden en dus rechtstreeks konden meegetrokken worden met bv een Halftrack, waren ze natuurlijk ook veel sneller opstelbaar en inzetbaar dan de eerder gemelde FLAK 88.

Het 100 mm geschut stond gekend als "10 cm Schwere Kanone 18"

Bovenste foto: Dit zou een zwaar artilleriestuk zijn dat effectief hier zou opgesteld moeten geweest zijn aan Bruggenhoofd Gent. Of het klopt, is tot op heden moeilijk te bevestigen. (Foto: Collectie Jacques De Vos) - Foto's onderaan: nog 2 10 cm kanonnen (Foto's: Replica).

Het tweede type geschut op eenzelfde onderstel, was de "15 cm Schwere Feldhaubitze 18". Het enige duidelijke verschil tussen beide types zou hem zitten in de lengte van de loop. Deze is 5.46 meter lang bij de 10 cm variant en 3.98 meter bij de 15 cm Feldhaubitze.

Een viertal foto's van dit zwaardere geschut. (Foto's: Replica).

Ook blijken er toch nog wel af en toe heel zware Mörser kanonnen mee gesleurd te worden achter halftracks. Van deze konder er ook in de nabijheid van Bruggenhoofd Gent wel enkele gespot worden kort na de dagen van strijd hier. Ook dit type artillerie geraakte in het algemeen veel te laat door de vele vernielingen waar men ze eigenlijk nodig had. (Foto: Ebay)

De loop van een Mörser-kanon was 6.5 meter lang en werd apart op een Rohrwagen (2 grote wielen zoals hierboven) vervoerd. De affuit die bij de loop hoorde werd nog eens apart vervoerd op een 3-asser met luchtbanden. Het geschut met bijhorende wagens om het te verplaatsen woog in totaal 22.7 ton. Apart opgesteld woog het kanon 16.7 ton. De diameter van de kogel had een doorsnede van 21 cm. Eén granaat woog 113 kg in geval een een exploderende brisantgranaat en 121 kg voor een massieve betongranaat. Daarnaast was in dit geval de lading die het projectiel diende af te vuren gescheiden van het projectiel zelf. Een enkele granaat werd bij het laden gedragen door 4 man en was verpakt in een gevlochten rieten huls. Voor het gebruiksklaar maken van dit type van geschut mocht men toch op een 2 tal uren rekenen.

Als rechtstreeks geschut op bunkers diende ondanks de zware projectielen, het kanon vrij kortbij opgesteld te worden, wat zeker niet evident was omdat het dan ook snel geriposteerd kon worden door vijandelijke artillerie. Vanaf een 8 tal kilometer werd de doeltreffendheid van dergelijke projectielen trouwens ook al vrij zwak. Men diende de bunker te treffen via een vlakke baan. Daarom dat men voor die taak al veel sneller de 88mm FLAK ging gebruiken die veel sneller opstelbaar was en zeker even doeltreffend was op dat gebied.

Naast deze types duiken er her en der nog wel foto's op met nog wat andere minder courant nog in gebruik zijnde militair materiaal. Dit heeft er ook mee te maken dat er ook in het Duitse leger nog wel oudere artillerie zal gecirculeerd hebben die bij bepaalde eenheden werd toegevoegd. Vergeet ook niet dat de Duitsers vrij courant het militaire materiaal hebben aangeslagen dat zij bij veldtochten op verslagen troepen hebben weten te veroveren en nog bruikbaar was.

Ook in de lucht, had de Duitse Luftwaffe in mei 1940 de overhand.

Als er iets was waar de Duitse bezetter ten opzichte van de geallieerde aangevallen troepen boven uitstak, moet het wel zijn overmacht in de lucht geweest zijn bij de inval in België. Van bij aanvang van de Duitse inval was er een gigantische Duitse Luftwaffe op de been. Deze was ook van in het begin van de inval opgedeeld in twee totaal gescheiden afdelingen. Zo had men enerzijds het gedeelte van de Luftwaffe dat zich bezig hield met het ondersteunen van de grondtroepen door middel van luchtaanvallen op geallieerde stellingen en bijkomende luchtbombardementen. Dit gebeurde in het begin vooral met de gevreesde Junkers Jachtbommenwerpers, beter gekend als Stuka's. Deze waren zelfs letterlijk als afschrikkingseffect voorzien van sirenes die maakten als het vliegtuig in een duikvlucht afstormde op zijn doel, er een afgrijselijk gierend en afschrikkend geluid ontstond.

(Foto: Royston Color)

De standaard Stuka's konden tot 500 kg bommenlast dragen. Tegen mei 1940 waren er ook tweemotorige modellen die tot 1800 kg bommen konden vervoeren. De Stuka's werden vooral bekend (en meer nog berucht) door hun razend gegier van de motor wanneer ze stijl naar beneden doken om een doelwit te beschieten of te bombarderen. Klassiek was het eerst uit de lucht bestoken van stellingen om daarna meteen de grondaanval te laten volgen. Voor zuivere bombardementen werd gebruik gemaakt van Heinkel 111 bommenwerpers.

Daarnaast was er een tweede los onderdeel van de Luftwaffe dat werd gevormd door specifieke Jachtvliegtuigen. Bij aanvang van de oorlog waren dit de Messerschmitt 109 jachtvliegtuigen. Deze hadden als opdracht in eerste instantie het luchtruim vrij te houden van vijandige vliegtuigen.

Stuka - Junkers jachtbommenwerpers Messerschmitt 109

Foto's links: Junkers Jachtbommenwerpers - Rechtsboven: Messerschmitt 109 jachtvliegtuig - Rechtsonder: Heinkel 111 bommenwerper. (Alle foto's: Replica)

Naast een eigen luchtmacht, hadden zij ook zelf een zeer doeltreffende luchtafweer. Dit bestond eveneens uit de eerder vermelde wapens als Maximmitrailleurs, MG34's en zelfs de zwaardere 88 mm FLAK. Van deze FLAK waren ook lichtere versies beschikbaar met bv een kaliber 20 mm.

20mm FLAK geschut (Foto's Replica)

De Duitse eenheden die het tijdens de slag om de Scheldestelling hier onder andere ter hoogte van Bruggenhoofd Gent in de meidagen 40 opnamen tegen het Belgische leger

Hieronder voor sommige eenheden iets uitgebreider, voor anderen iets beperkter, de Duitse eenheden die opdoken tijdens de strijd om de Scheldestelling. We beginnen vanaf de Franse Grens.

Aan de Franse Grens aan de Schelde:

  • Duitse 7e Infanterie Divisie
    • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
    • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden. Wel hadden sommigen al vrij zware verliezen of vervangingen dienen te ondergaan omwille van de eerder reeds uitgevoerde veldtocht tegen Polen.
    • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
      • Stab - Divisiestaf
      • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
        • 2 Zware mitrailleurs
        • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
        • Kartenstelle - Kaartenbureau
    • De 7e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren
      • IR19 - Infanterie Regiment 19
      • IR61 - Infanterie Regiment 61
      • IR62 - Infanterie Regiment 62
      • Elk infanterieregiment omvatte
        • De Regimentstaf met
          • Stab (Stafgroep)
          • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
          • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
          • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
            • 3 Lichte Mitrailleurs
        • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
        • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
          • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
            • Stab (van de Compagnie)
            • 3 Pelotons met elk
              • 12 lichte mitrailleurs (MG34)
              • 3 Lichte mortieren (model 36)
          • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
            • 4 Pelotons met elk
              • 12 zware mitrailleurs (MG34)
              • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
        • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
          • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
          • 4 Lichte mitrailleurs
          • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
        • Infanteriegeschütz Kompanie
          • 6 kanonnen 7.5 cm (model 18)
          • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze
          • Allen getrokken door paarden
      • AA7 - Aufklärungs Abteilung 7 - verkenningseenheid
      • Deze eenheid was zwaar toegetakeld bij de veldtocht tegen Polen en hun taken zouden grotendeels niet aangevuld maar opnieuw opgebouwd onder de naam Radfahr-Schwadron 7 omvattende
        • 1 Groep Zware mitrailleurs (cyclisten)
          • 9 Lichte mitrailleurs
          • 2 Zware mitrailleurs
          • 3 Lichte mortieren
      • Pz Jäg Abt 7 - Panzerjäger Abteilung 7
        • Staf met verbindingspeloton
        • 2 (ipv standaard 3) Compagnies telkens omvattend
          • 12 stuks 3.7 PAK
          • 6 Lichte mitrailleurs (MG34)
        • 1/Pz Jäg Abt 605 - aanvullende gemotoriseerde zware groep anti-tankgeschut
          • Stafgroep
          • 1e Peloton
            • 2 stuks 8.8 FLAK
          • 2e Peloton
            • 4 stuks 3.7 PAK
        • 4/FLAK Bataillon 55 - Een aanvullende Groep Flieger Abwehr Kanonen
          • Stafgroep
          • 2 Pelotons met elk
            • 4 stuks 2cm FLAK (model 30)
      • AR7 - Artillerie Regiment 7
        • Meteogroep
        • Verbindingsgroep
        • 3 Middelzware artilleriegroepen
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
        • I/AR43 - 1e Groep van het 43e Artillerie Regiment, aanvullend
            • Verbindingsgroep
            • Meetgroep
            • 3 batterijen met elk
              • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
              • 2 Lichte Mitrailleurs
        • Arko106 - Stafgroep Artillerie Kommandeur 106 - aanvullend
          • II/AR55 - 2e Groep zware gemotoriseerde artillerie
            • Stafgroep
            • Verbindingsgroep
            • Meetgroep
            • 3 batterijen met elk
              • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
              • 2 Lichte Mitrailleurs
          • Art.Abt 634 - Artillerie Abteillung 634
            • Stafgroep
            • Verbindingsgroep
            • Meetgroep
            • 3 batterijen met elk
              • 4 stuks 10.5 cm Feldhaubitze (model 18)
              • 2 Lichte Mitrailleurs
          • Beob.Abt.7 - Beobachtungs Abteillung 7
            • Artilleriewaarnemers
      • Pi Btl 7 - Pioniersbataljon 7 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
        • Staf - gemotoriseerd
        • 3 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
          • Materiaal op karren getrokken door paarden
          • Manschappen te voet
        • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
        • Deze eenheid was in dit geval iets meer gemotoriseerd door gebruik van een gedeelte van de voertuigen van Pz Jäg Abt 7
        • Pi Lehr Batallion 1 (kleine afscheiding van 31e ID)
          • Sturmbootzug (Peloton Stormboten) inhoudend
            • 2 stormboten met buitenboordmotoren
      • I/FLAK Rgt 43 - Een Regiment luchtafweer,
      • volledig gemotoriseerd, ongeveer 1100 man, 300 voertuigen
        • Staf
        • 3 Batterijen met elk
          • 4 stukken 8.8 cm FLAK (model 36)
        • 2 Batterijen met elk
          • 9 stukken 2 cm FLAK
          • 3 stukken 2cm FLAK vierlingen
        • Een zoeklichtenafdeling
      • Na Abt 7 - Nachrichten Abteilung 7 - Transmissietroepen

Langs de Schelde van de Franse Grens tot regio Oudenaarde:

Duitse 18e Infanterie Divisie

  • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden. Deze infanterievisie leed op Pools grondgebied aanzienlijke verliezen die dienden opgevangen te worden door Ersatzeenheden voor de Westfeldzug. Er was sprake dat er toen bij die Infanteriedivisie alleen toch de manschappenhoeveelheid van een volledig Batallion verloren ging.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 18e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR30 - Infanterie Regiment 30
    • IR51 - Infanterie Regiment 51
    • IR54 - Infanterie Regiment 54
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
          • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
            • 4 Pelotons met elk
              • 12 zware mitrailleurs (MG34)
              • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 6 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze
        • Allen getrokken door paarden
    • AA18 - Aufklärungs Abteilung 18 - verkenningseenheid
    • Deze eenheden waren door de band door de veldtocht tegen Polen al heel wat materiaal kwijt. In volle sterkte zouden deze moeten omvatten:
      • Staf
      • Verbindingspeloton
      • Een bereden Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 2 Zware mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
      • Een Wielrijders Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 2 Zware mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 3 Lichte mortieren (ontbraken grotendeels)
      • Een Gemotoriseerde Zware Compagnie
        • Een verkenningspeloton omvattende
          • 3 pantserwagens
          • een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
            • 3 stuks 3.7 PAK 35/36
          • een gemotoriseerd peloton Licht Infanteriegeschut
            • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
      • 2 Pelotons/4/Fla.Reg64 - 2 Pel 4e Batterij FLAK Regiment 64, toegevoegd als aanvulling op AA18, omvattend:
        • Elk 3 stuks 2 cm FLAK geschut
    • Pz Jäg Abt 18 - Panzerjäger Abteilung 18
      • Staf met verbindingspeloton
      • 3 Kompanies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 4 (ipv normaal 6) Lichte mitrailleurs (MG34)
      • 2/Pz Jäg Abt 605 - aanvullende gemotoriseerde zware groep anti-tankgeschut
        • Stafgroep
        • 1e Peloton
          • 2 stuks 8.8 FLAK
        • 2e Peloton
          • 4 stuks 3.7 PAK
    • AR18 - Artillerie Regiment 18
      • Meteogroep
      • Verbindingsgroep
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
      • I/AR37 - 1e Groep van het 37e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
      • I/AR54 - 1e Groep 54e Artillerie Regiment - mogelijks ook toegevoegd (onduidelijk)
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
    • Pi Btl 18 - Pioniersbataljon 18 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • 3 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
      • Deze eenheid was in dit geval iets meer gemotoriseerd door gebruik van een gedeelte van de voertuigen van Pz Jäg Abt 18
    • I/FLAK Rgt 64 - Een Regiment luchtafweer,
    • volledig gemotoriseerd, ongeveer 1100 man, 300 voertuigen
      • Staf
      • 3 Batterijen met elk
        • 4 stukken 8.8 cm FLAK (model 36)
      • 2 Batterijen met elk
        • 9 stukken 2 cm FLAK
        • 3 stukken 2cm FLAK vierlingen
      • Een zoeklichtenafdeling
      • 2/Flak Batallion 48 - aanvullende luchtafweer
        • Stafgroep
        • 3 Pelotons met elk
          • 4 stukken 2cm FLAK (model 30)
    • Na Abt 18 - Nachrichten Abteilung 18 - Transmissietroepen

Duitse 61e Infanterie Divisie

  • Dit was een Reserve Divisie pas opgericht in 1939 met deels ontdubbelingen van eenheden uit 1e Welle (1e, 11e en 21e ID) maar dit dan aangevuld met heel wat reservisten die net een 8 weekse spoedcursus tot reservist hadden gevolgd.
  • Men beschouwde deze Divisie als een Divisie van 2e Welle, de eenheden die normaal zouden dienen de aanvallen af te werken als 1e Welle Divisies de grote doorbraak reeds zouden hebben gemaakt.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de minder nieuw bewapende eenheden en ze maakten dan ook gebruik van de zware Maxim 1908 mitrailleur (watergekoeld en nog volop eveneens in gebruik als basismitrailleur bij het Belgische leger). Als lichte mitrailleur gebruikten zij eveneens de watergekoelde Maxim MG8/15.
  • Deze eenheden waren ook heel wat minder gemotoriseerd en er werden dus ontzettend veel paarden gebruikt.
  • Uit velddagboeken blijkt dat de divisie zeker na zijn veldtocht op Polen niet meer intact was en al hier en daar eenheden ontbrak die dan bijkomend werden aangevuld met andere eenheden of Ersatz-troepen.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 61e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR151 - Infanterie Regiment 151
    • IR162 - Infanterie Regiment 162
    • IR176 - Infanterie Regiment 176
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG8/15)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG08)
            • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 8 kanonnen 7.5 cm (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • AA161 - Aufklärungs Abteilung 161 - verkenningseenheid
    • Deze eenheden waren door de band door de veldtocht tegen Polen al heel wat materiaal kwijt. In volle sterkte zouden deze moeten omvatten:
      • Staf
      • Verbindingspeloton
      • Een bereden Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 2 Zware mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
      • Een Wielrijders Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 2 Zware mitrailleurs (ontbraken grotendeels)
        • 3 Lichte mortieren (ontbraken grotendeels)
      • Een Gemotoriseerde Zware Compagnie
        • Een verkenningspeloton omvattende
          • 3 pantserwagens (sterk verouderd tov de voertuigen van 1e Welle, namelijk
            • 2 pantserwagens Kfz13 met lichte MG
            • 1 Funkwagen Kfz14 (onbewapende zendwagen)
          • een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
            • 3 stuks 3.7 PAK 35/36
          • een gemotoriseerd peloton Licht Infanteriegeschut
            • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
    • Pz Jäg Abt 161 - Panzerjäger Abteilung 161
      • Staf met verbindingspeloton
      • 3 Kompanies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 6 Lichte mitrailleurs (MG8/15)
    • AR161 - Artillerie Regiment 161
        • Meteogroep
        • Verbindingsgroep
        • gemotoriseerd kaartenbureau
        • 3 Middelzware artilleriegroepen
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks kanonnen 10.5 cm (model 16)
        • 1 Zware artilleriegroep
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 13)
            • 2 lichte mitrailleurs
    • Pi Btl 161 - Pionier Batallion 161 - Genietroepen deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • 3 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
    • Na Abt 161 - Nachrichten Abteilung 161 - Transmissietroepen

Duitse 31e Infanterie Divisie

  • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden. Deze infanterievisie leed op Pools grondgebied aanzienlijke verliezen die dienden opgevangen te worden door Ersatzeenheden voor de Westfeldzug.
  • Bij aanvang van de Westfeldzug was er bij deze infanteriedivisie een groot gebrek aan pistoolmitrailleurs.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 31e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR12 - Infanterie Regiment 12
    • IR17 - Infanterie Regiment 17
    • IR82 - Infanterie Regiment 82
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG34)
            • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 6 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • AA31 - Aufklärungs Abteilung 31 - verkenningseenheid
    • Deze eenheden waren door de band door de veldtocht tegen Polen al heel wat materiaal kwijt. In volle sterkte zouden deze moeten omvatten:
      • Staf
      • Verbindingspeloton
      • Een bereden Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
      • Een Wielrijders Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
        • 2 in plaats van 3 Lichte mortieren
      • Een Gemotoriseerde Zware Compagnie
        • Een verkenningspeloton omvattende
          • 3 pantserwagens
          • een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
            • 3 stuks 3.7 PAK 35/36
          • een gemotoriseerd peloton Licht Infanteriegeschut
            • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
    • Pz Jäg Abt 31 - Panzerjäger Abteilung 31
      • Staf met verbindingspeloton
      • 3 Kompanies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 6 Lichte mitrailleurs (MG34)
      • 3/Schwere Pz Jäg Abt 560 - aanvullende gemotoriseerde zware groep anti-tankgeschut. Beschikte onder andere over
        • 4 stuks 8.8 FLAK (gebruikt voor anti-tankwapen, bestrijding van bunkers en veldversterkingen)
        • 4 stuks 3.7 PAK
        • Mitrailleurs gemonteerd op motoren met zijspan
    • AR31 - Artillerie Regiment 31
      • Meteogroep
      • Verbindingsgroep
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
          • 2 Lichte mitrailleurs
      • I/AR67 - 1e Groep van het 67e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
      • Stafgroep Artillerie Kommandeur 102 - aanvullend
        • Stab/AR66 - Staf Groep zware gemotoriseerde artillerie 66
          • Stafgroep
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
        • II/AR53 - 2e Groep Artillerie 53
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 Batterijen met elk
            • 4 stukken 10.5 cm Kanonnen (model 18)
            • 2 Lichte mitrailleurs
        • II/AR60 - 2e Groep Artillerie 60
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stukken 10.5 cm Kanonnen (model 18)
            • 2 Lichte mitrailleurs
        • II/AR58 - 2e Groep Artillerie 58
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stukken 15 cm Feldhaubitze (model 18)
            • 2 Lichte mitrailleurs
        • Nebelwerfer Abteilung 3
          • Staf
          • Verbindingsgroep
          • 2 Batterijen met elk
            • 6 stukken 10 cm Nebelwerfer (model 35)
    • Beob.Abt.14 - Beobachtungs Abteillung 14
      • Artilleriewaarnemers
    • Pi Btl 31 - Pioniersbataljon 31 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • Pionierscompagnie met
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 3 Lichte vlammenwerpers
        • Bijhorend materiaal, licht brugslagmateriaal en de lichte pionierskolonne
      • 2 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
      • Pi Lehr Batallion 1
        • Staf - gemotoriseerd
        • 2 Pionierscompagnies met elk
          • 12 Lichte mitrailleurs
          • 9 Lichte vlammenwerpers
          • 2 middelzware vlammenwerpers
        • Lichte Pionierskolonne
        • Sturmbootzug (Peloton Stormboten) inhoudend
          • 10 van 12 stormboten met buitenboordmotoren
          • 3 Lichte mitrailleurs
        • Brückenbou kolonne 43
        • 3 niet gemotoriseerde brugslagkolonnes
    • 2 Pel/4/I/FLAK Rgt General Göring met elk
      • 4 stuks FLAK 2 cm (model 30)
    • 1 Pel/5/I/FLAK Rgt General Göring met
      • 4 stuks FLAK 2 cm (model 30)
    • Na Abt 31 - Nachrichten Abteilung 31 - Transmissietroepen

Duitse 14e Infanterie Divisie

  • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden.
  • Deze infanterievisie leed op Pools grondgebied vrij weinig verliezen en kwam dan ook aan de start van de Westfeldzug zonder al te grote herschikkingen.
  • Toch was ook bij deze Infanteriedivisie het aantal pistoolmitrailleurs vrij laag te noemen voor een eenheid uit de 1e Welle.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 14e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR11 - Infanterie Regiment 11
    • IR53 - Infanterie Regiment 53
    • IR101 - Infanterie Regiment 101
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG34)
            • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 6 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • AA14 - Aufklärungs Abteilung 14 - verkenningseenheid
    • Deze eenheid werd door het oprichten van een aantal nieuwe eenheden, zo goed als ontbonden en omgevormd. Het werd in feite een Radfahr-Schwadron maar behield de indeling 2/AA14 en omvatte
      • 1 Groep Zware mitrailleurs (cyclisten)
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
        • 3 Lichte mortieren
    • Deze beperkte verkenningseenheid was in feite bij de Westfeldzug toegevoegd aan IR53.
    • Pz Jäg Abt 14- Panzerjäger Abteilung 14
      • Staf met verbindingspeloton
      • 2 ipv 3 Compagnies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 6 Lichte mitrailleurs (MG34)
      • 2/Schwere Pz Jäg Abt 560 - aanvullende gemotoriseerde zware groep anti-tankgeschut. Beschikte onder andere over
        • 4 stuks 8.8 FLAK (gebruikt voor anti-tankwapen, bestrijding van bunkers en veldversterkingen)
        • 4 stuks 3.7 PAK
        • Mitrailleurs gemonteerd op motoren met zijspan
    • AR14 - Artillerie Regiment 14
      • Meteogroep
      • Verbindingsgroep
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
          • 2 Lichte mitrailleurs
      • I/AR50 - 1e Groep van het 50e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
      • II/AR46 - 2e Groep van het 46e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 2 ipv 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
    • Beob.Abt.2 - Beobachtungs Abteillung 2
      • Artilleriewaarnemers
    • Pi Btl 14 - Pioniersbataljon 14 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • Pionierscompagnie met
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • Bijhorend materiaal, licht brugslagmateriaal en de lichte pionierskolonne
      • 2 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
    • Na Abt 14 - Nachrichten Abteilung 14 - Transmissietroepen

Duitse 19e Infanterie Divisie

  • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden.
  • Deze infanterievisie leed op Pools grondgebied geen rampzalige verliezen maar diende vrij veel volk te transfereren voor de oprichting van Reserve-eenheden.
  • Toch was ook bij deze Infanteriedivisie het aantal pistoolmitrailleurs vrij laag te noemen voor een eenheid uit de 1e Welle.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 19e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR59 - Infanterie Regiment 59
    • IR73 - Infanterie Regiment 73
    • IR74 - Infanterie Regiment 74
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG34)
            • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 6 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • AA19 - Aufklärungs Abteilung 19 - verkenningseenheid
    • Deze eenheden waren door de band door de veldtocht tegen Polen al heel wat materiaal kwijt. In volle sterkte zouden deze moeten omvatten:
      • Staf
      • Verbindingspeloton
      • Een bereden Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
      • Een Wielrijders Compagnie omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
        • 2 in plaats van 3 Lichte mortieren
      • Een Gemotoriseerde Zware Compagnie
        • Een verkenningspeloton omvattende
          • 3 pantserwagens
          • een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
            • 3 stuks 3.7 PAK 35/36
          • een gemotoriseerd peloton Licht Infanteriegeschut
            • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
    • Pz Jäg Abt 19 - Panzerjäger Abteilung 19
      • Staf met verbindingspeloton
      • 3 Compagnies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 6 Lichte mitrailleurs (MG34)
      • 1/Schwere Pz Jäg Abt 560 - aanvullende gemotoriseerde zware groep anti-tankgeschut. Beschikte onder andere over
        • 4 stuks 8.8 FLAK (gebruikt voor anti-tankwapen, bestrijding van bunkers en veldversterkingen)
        • 4 stuks 3.7 PAK
        • Mitrailleurs gemonteerd op motoren met zijspan
    • AR19 - Artillerie Regiment 19
      • Meteogroep
      • Verbindingsgroep
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
          • 2 Lichte mitrailleurs
      • I/AR55 - 1e Groep van het 55e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 2 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
        • 1 batterij met
          • 4 stuks 10 cm kanonnen
          • 2 Lichte mitrailleurs
      • 6/AR46 - 6e Batterij van het 46e Artillerie Regiment, aanvullend
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
    • Pi Btl 19 - Pioniersbataljon 19 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • Pionierscompagnie met
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • Bijhorend materiaal, licht brugslagmateriaal en de lichte pionierskolonne
      • 2 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
      • Een niet gemotoriseerde Pioniersperrzug
    • Na Abt 19 - Nachrichten Abteilung 19 - Transmissietroepen

Aan de Schelde tussen Oudenaarde en Bruggenhoofd Gent (Gavere)

Duitse 30e Infanterie Divisie

  • Dit was een van de 36e originele eerste Duitse opgerichte Regimenten van de Duitse Wehrmacht na de herbewapening en heropbouw van het Duitse leger na WOI. Men noemde dit de eenheden van de 1e Welle.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de best bewapende en opgebouwde eenheden. Deze infanterievisie leed op Pools grondgebied aanzienlijke verliezen die dienden opgevangen te worden door Ersatzeenheden voor de Westfeldzug.
  • Deze infanteriedivisie was tijdens zijn veldtocht tegen Polen zeer zwaar toegetakeld. Zo verloren ze gemiddeld per linieregiment een 15% van hun manschappen. Aan de officierenkant was dit zelfs meer dan 30%
  • De eenheden werden dan ook zwaar aangevuld met Ersatzeenheden wat de optimale werking dus zeker niet verbeterde.
  • Intern was er een zwaar gebrek aan pistoolmitrailleurs. Daarvan waren maar 25% aanwezig van wat er normaal had moeten aanwezig zijn.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 30e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR6 - Infanterie Regiment 6
    • IR26 - Infanterie Regiment 26
    • IR46 - Infanterie Regiment 46
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een niet gemotoriseerd geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 2 Pelotons met elk
            • 10 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
          • 1 Pelotons met
            • 9 lichte mitrailleurs (MG34)
            • 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Kompanie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG34)
            • 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 6 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • 2 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • AA30 - Aufklärungs Abteilung 30 - verkenningseenheid
      • Deze eenheid was bij herschikking van de troepen na de veldtocht tegen Polen grotendeels ontbonden en herverdeeld naar andere eenheden.
      • Wat nog overbleef was een groep Cyclisten, onder de naam Radfahr-Abteilung 30 omvattende
        • 3 Compagnieën wielrijders met elk
          • 9 Lichte mitrailleurs
          • 2 Zware mitrailleurs
          • 3 Lichte mortieren
        • 1 zwaar verbindingspeloton omvattende
          • een half verbindingspeloton
          • een peloton infanterie-motorrijders met 4 Mitrailleurs
          • 2 gemotoriseerde antitankpelotons met elk
            • 3 stuks 3.7 PAK 35/36
            • 1 lichte mitrailleur
      • Gemotoriseerde AA1 - Aufklärungsabteillung 1
      • Deze eenheid werd pas op 10/05/1940 aan de 30e ID toegewezen en vocht direct mee in de voorlijn van deze eenheid. Het was een volledig gemotoriseerde eenheid omvattende
        • Staf met verbindingspeloton
        • 2 Compagnies gepantserde verkenningsvoertuigen met elk
          • 10 pantserwagens met 20 mm kanon en mitrailleur
          • 15 pantserwagens met lichte mitrailleur
          • een motorrijders verkenningscompagnie
            • 9 Lichte mitrailleurs
            • 2 Zware mitrailleurs
            • 3 Lichte mortieren
        • 1 Zware Compagnie omvattende
          • gemotoriseerd antitankpeloton met
            • 3 stukken 3.7 PAK 35/36
            • 1 Lichte mitrailleur
        • een gemotoriseerd peloton licht infanteriegeschut
          • 2 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • een gemotoriseerd pionierpeloton met
          • 3 lichte mitrailleurs
        • een gemotoriseerde lichte verkenningseenheid, transport-kolonne en onderhoudspeloton
    • Pz Jäg Abt 30 - Panzerjäger Abteilung 30
      • Staf met verbindingspeloton
      • 3 Kompanies telkens omvattend
        • 12 stuks 3.7 PAK
        • 6 Lichte mitrailleurs (MG34)
      • 3/FLak-batallion 52 met
        • 12 stuks 2 cm FLAK (model 30)
    • AR30 - Artillerie Regiment 30
      • Verbindingsgroep
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen
          • 2 Lichte mitrailleurs
      • IV/AR255 - 4e Groep van het 255e Artillerie Regiment, aanvullend
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 10.5 cm kanonnen (model 17)
          • 2 Lichte Mitrailleurs
    • Pi Btl 30 - Pioniersbataljon 30 - Genietroepen, deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • Pionierscompagnie met
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • Bijhorend materiaal, licht brugslagmateriaal en de lichte pionierskolonne
      • 2 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
      • Pi Btl 255 - Pionierbataljon 255
        • Staf - gemotoriseerd
        • 2 Pionierscompagnies
        • Lichte Pionierskolonne
    • Na Abt 30 - Nachrichten Abteilung 30 - Transmissietroepen

Tegenover Bruggenhoofd Gent - Gavere tot Kwatrecht

Gezien het basisthema van deze website ooit is gestart rond de bunkers van Bruggenhoofd Gent, zal u de indeling van de 56e Infanterie Divisie, hieronder heel gedetailleerd terugvinden.

Duitse 56e Infanterie Divisie

  • De eenheid die hier de strijd om Bruggenhoofd Gent aanging in de meidagen '40 was de 56e Infanteriedivisie (56e ID). Ten tijde van de meidagen 40 stond deze 56e ID onder leiding van Generalmajor Karl Kriebel. Deze zou reeds in Juli 1940 vervangen worden door Generalleutnant Paul von Hase. De 56e ID maakte op zijn beurt deel uit van Legergroep B dat onder bevel stond van Generaal von Bock en op zijn beurt was ingedeeld bij het 6e Leger van von Reichenau.
  • De 56e ID werd opgericht op 26 augustus 1939 als een Divisie bedoeld voor de 2e aanvalsgolf. (Division der 2e Welle). Het waren eenheden specifiek getraind voor deze Westfeldzug. De 56e ID was in origine ingezet bij de slag om Nederland maar omdat dit vroeger dan verwacht door de knieën ging, kwamen zij als extra troepen vrij om ingezet te worden bij de slag om België.
  • In het algemeen waren de aanwezige soldaten van Beierse origine. De gemiddelde leeftijd was vrij laag, namelijk 26 jaar.
  • De totale 56e ID zoals ze deelnam aan de aanval op Bruggehoofd Gent zou zo een 16.000 man omvat hebben. Wel opmerkelijk is dat er sprake is van ontzettend veel aanwezige paarden.
  • De 3 basisregimenten zouden net niet hun vuurdoop krijgen bij de inval in Polen maar daar uiteindelijk allen in reserve zonder ingezet te worden uit de strijd gehouden worden. Voor de Westfeldzug waren zij rond 10 mei 1940 gestationeerd nabij de Duits Nederlandse grens. Zij lagen te Issum-Geldern, noordoostelijk van Venlo nabij de Maas te Nederland. Uiteindelijk zou dus ook voor de meesten van de 56e ID de 18-daagse veldtocht hun vuurdoop worden.
  • Kort samengevatte Westfeldzug van het 171e IR - 192e IR en 234e IR:
    • 10 mei 1940 - Oversteken Nederland-Duitse grens bij Venlo
    • 11 mei 1940 - Bereiken Nederland-Belgische grens
    • 15 mei 1940 - Bereiken Albertkanaal nabij Turnhout
    • 17 mei 1940 - Innemen regio Mechelen en de Dijlestelling
    • 18 mei 1940 - Oversteken Kanaal van Willebroek en doortrekken op Gent
    • 20 - 22 mei 1940 - Strijd voor Bruggenhoofd Gent
    • 25 mei 1940 - Inname van Deinze en voorlopig daar stand houden wegens zware weerstand aan de Leie
    • 28 mei 1940 - Na Belgische kapitulatie doortrekken richting Belgische kust
    • 29 mei 1940 - Oversteken IJzer ter hoogte van Keiem
    • 30 mei 1940 - Zware gevechten met Britse troepen te Bulskamp nabij het kanaal naar Bergues (FR)
    • 3 juni 1940 - Afgelost door de 208e ID wat ook meteen het einde was van hun Westfeldzug
  • De 56e ID was een Reserve Divisie en pas opgericht in 1939 met deels ontdubbelingen van eenheden uit 1e Welle (1e, 11e en 21e ID) maar dit dan aangevuld met heel wat reservisten die net een 8 weekse spoedcursus tot reservist hadden gevolgd.
  • Men beschouwde deze Divisie als een Divisie van 2e Welle, de eenheden die normaal zouden dienen de aanvallen af te werken als 1e Welle Divisies de grote doorbraak reeds zouden hebben gemaakt.
  • Dit waren binnen het Duitse leger bij de Westfeldzug de minder nieuw bewapende eenheden en ze maakten dan ook gebruik van de zware Maxim 1908 mitrailleur (watergekoeld en nog volop eveneens in gebruik als basismitrailleur bij het Belgische leger). Als lichte mitrailleur gebruikten zij eveneens de watergekoelde Maxim MG8/15.
  • Deze eenheden waren ook heel wat minder gemotoriseerd en er werden dus ontzettend veel paarden gebruikt.
  • Uit velddagboeken blijkt dat de divisie werd doorgestuurd naar Polen maar daar in feite juist aankwam toen de strijd er was gestreden. Ze hebben dus eigenlijk enkel heel grote verplaatsingen dienen te maken maar niet echt deelgenomen aan de slag om Polen. De Divisie moet dus voor de Westfeldzug nog vrij intact geweest zijn. Toch kende de eenheid tussen de 2 veldtochten om en bij de 4000 manschappen die werden overgeplaatst of vervangen om velerlei redenen. De ganse ID moet ongeveer 16000 man omvat hebben.
  • Ook bij deze infanteriedivisie ontbraken heel veel pistoolmitrailleurs en bv lichte en zware mortieren.
  • De opbouw was als volgt
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • 2 Zware mitrailleurs
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 56e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR171 - Infanterie Regiment 171
      • Het Regiment stond onder leiding van Oberst Gottfried von Erdmannsdorff.
      • Hun originele standplaatsen
        • 1e Bat : te Löbau.
        • 2e Bat : te Freiberg
        • 3e Bat : te Hohenstein.
        • Het Regiment werd gegroepeerd te Bautzen.
    • IR192 - Infanterie Regiment 192
      • Het Regiment stond onder leiding van Oberst Ludwig Wolff.
      • Hun originele standplaatsen:
        • 1e Bat : te Dresden.
        • 2e Bat : te Kamenz
        • 3e Bat : te Radebeul.
      • Op Zondag 26 mei 1940 zou het trouwens ook de nogal hevige Duitse commandant Wolff van de 192e IR niet zo goed vergaan. Alle eenheden van de vroegere 56e IR kregen het aan de Scheldestelling zwaar te verduren en de 192e IR was ongeveer na deze strijd qua manschappen en materiaal gehalveerd. Al deze eenheden gingen ter hoogte van Deinze nabij de Leie op rustkantonnement. Alleen geraakte Oberst Wolff bij het naderen van een noodbrug over de Leie zwaar gewond (Je vindt zowel het verhaal terug dat hij door een kogel in zijn auto zou geraakt zijn alsook dat hij zwaar gewond geraakte door een Belgische obus). Hij geraakte hierbij in elk geval zwaar gewond in het aangezicht en verloor zijn rechter oog. Om de gezichschade te herstellen zou hij in fases in totaal 47 operaties ondergaan. Hij zou echter nog gans de oorlog een nauwe medewerker van Hitler blijven en zou het schoppen tot diens vertrouweling tot op het einde van de oorlog. Zijn doorzetten ondanks zijn zware verwondingen in zijn aangezicht zouden altijd bij Hitler als een zeer positief punt bezien worden. Hij zal uiteindelijk de oorlog overleven en overlijden in de jaren '60.
Bovenstaande foto's konden allen teruggevonden worden op de website Historic.de. Ze tonen ons bovenaan 2 portretfoto's van Generaal Wolff tijdens WO II. Hij was tijdens de rest van de oorlog fier op zijn verwondingen die hij opliep in de buurt van Deinze. De 3e foto dateert van een reunie van Duitse officieren in de jaren '60. Onderaan links ziet u generaal Wolff (links) met Hitler aan Hitlers complex van de Wolfschanze. Rechtsonder Generaal Wolff in 1941 als bevelhebber van een Duitse woestijneenheid.
    • IR234 - Infanterie Regiment 234
    • Het Regiment stond onder leiding van Oberleutnant Adalabert Kratz.
      • Hun originele standplaatsen:
        • 1e Bat : te Waldheim.
        • 2e Bat : te Grimma
        • 3e Bat : te Eilenburg.
    • Tussen de veldtocht in Polen en de Westfeldzug werden voor de 56e ID ontbrekende manschappen geronseld uit onderstaande Jäger Ersatz Batallions (Reserve Bataljons):
        • JEB 4
        • JEB 10
        • JEB 32
        • JEB 52
        • JEB 53
        • JEB 69
        • JEB 185
        • JEB 192
        • JEB 465
    • Elk van de infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een geniebataljon algemeen voor het ganse regiment) bewapend met
          • 3 Lichte Mitrailleurs
          • van het pioniersbataljon horende bij IR171 is geweten dat ze beschikten over 3 vrachtwagens voor hun materiaal en de genisten op zich beschikten allen over een fiets.
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 9 ipv 12 lichte mitrailleurs (MG8/15)
            • 1 ipv 3 Lichte mortieren (model 36)
        • 1 MG-Compagnie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • 4 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG08)
            • 2 ipv 6 Zware mortieren (8 cm model 34)
      • 1 extra Radfahrtkompanie (cyclisten)
        • Deze hadden hun standaard MG's 8/15 met wapens van de Pz Jäg 156 kunnen wisselen. Op die manier beschiktend deze over deze wapens
          • bij IR171: 9 MG's (model 13)
          • bij IR192: 9 MG's (model 13)
          • bij IR234: 9 MG's (model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 8 kanonnen 7.5 cm (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • MG Btl 6 - 6e Machinenegewehr Bataljon (vanaf 12/05/1940)
      • Het 6e MG battaljon was een gemotoriseerde elite-eenheid en omvatte bij oprichting zo een 1200 manschappen. Het was opgedeeld in
        • 4 Compagnies met elk
          • 16 mitrailleurs.
        • 1 Compagnie Pz Jäger met
          • 16 anti-tankkanonnen 37mm PAK36 (35/36)
      • Deze eenheid zou later in zijn Russische veldtocht 90% van zijn manschappen verliezen.
    • AA156 - Aufklärungs Abteilung 156 - verkenningseenheid
      • Deze eenheid was bij herschikking van de troepen na de veldtocht tegen Polen grotendeels ontbonden en herverdeeld naar andere eenheden.
      • Wat nog overbleef was een groep Cyclisten, onder de naam Aufklärungs Schwadron 2/AA156 omvattende
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 2 Zware mitrailleurs
        • 3 Lichte mortieren
      • AA25 - Aufklärugs Abteilung 25 - Dit was een verkenningseenheid uitgerust om te dienen bij een Infanteriedivisie van de 1e Welle en gemotoriseerd.
      • Deze eenheid stond onder leiding van Oberleutnant Rodt.
      • Deze bevatte
        • Staf en verbindingspeloton
        • Een bereden compagnie
          • 9 Lichte mitrailleurs (allicht MG34)
          • 2 Zware mitrailleurs (allicht MG34)
        • Een compagnie Wielrijders
          • 9 Lichte mitrailleurs (allicht MG34)
          • 2 Zware mitrailleurs (allicht MG34)
          • 3 Lichte mortieren
        • Een Zware Compagnie
          • Een verkenningspeloton
            • 3 pantserwagens
              • 2 KFz13's met mitrailleur
              • 1 Kfz14 Funkwagen (onbewapend)
            • een gemotoriseerd anti-tankpeloton
              • 3 stukken 3.7 cm PAK (35/36)
            • een gemotoriseerd Peloton licht geschut
              • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
      • AA225 - 225e Aufklärungs Abteilung (AA225)
        • Zou later tijdens de veldtocht ook nog toegevoegd worden.
    • Pz Jäg Abt 156 - Panzerjäger Abteilung 156
    • Deze eenheid werd origineel opgericht op 26 augustus 1939 als de Panzerabwehr-Abteilung 156. Het originele voertuigenbestand bestond toen uit
      • 21 motoren waarvan 8 in reserve
      • 5 Panzerkampfwagens (pantserwagens)
      • Maultiere (halftrack-vrachtwagens)
      • 9 LKW (Lastkraftwagen = lichte vrachtwagens)
      • Zgkw (Halftrack's voor manschappenvervoer en artillerietrekker waarvan 1 in reserve)
      • 2 RSO (kleine rupsaangedreven artillerietrekkers waarvan 1 in reserve)
      • Hun indeling was als volgtspecifieke bewapening bestond uit
        • Staf met verbindingspeloton
        • 3 Compagnies telkens omvattend
          • 12 stuks 3.7cm PAK (35/36)
          • 6 Lichte mitrailleurs (MG8/15)
      • 6/Flak Bataillon 46 met
        • 12 stuks 2 cm Flak (model 30)
      • 563e Pantzerjäger Abteilung - 3e Kompanie met
        • 12 stuks 37 mm PAK36 (toegevoegd vanaf 12/05/1940)
    • AR156 - Artillerie Regiment 156
      • 2e gemotoriseerde meteogroepen
      • Verbindingsgroep
      • gemotoriseerd kaartenbureau
      • 3 Middelzware artilleriegroepen
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks kanonnen 10.5 cm (model 18)
          • 2 lichte mitrailleurs
      • 1 Zware artilleriegroep
        • Verbindingsgroep
        • Meetgroep
        • 3 batterijen met elk
          • 4 stuks 15 cm Feldhaubitze (model 18)
          • 2 lichte mitrailleurs
      • Deze artillerie-eenheden zouden tijdens de veldtocht nog toegevoegd worden aan deze Infanteriedivisie
        • 24e Artillerie Regiment
        • 40e Artillerie Ersatz Abteilung (AEA)
        • 67e Artillerie Regiment 2e Batterij
        • 67e Artillerie Regiment 11e Batterij
        • 128e Artillerie Regiment
        • 187e Artillerie Ersatz Abteilung
        • 216e Artillerie 2e Abteilung Feldgeschütz - Licht veldgeschut
        • 223e Artillerie Ersatz Abteilung
        • 445e Schwere Artillerie Regiment - 15 cm kanonnen (sinds 19/04/1940)
        • 617e Artillerie Regiment Staf
        • 617e Artillerie Regiment 2e Batterij
        • Korps Artillerie Abteilung 735 - zware 21 cm Mörser mortieren
    • Artilleriewaarnemers
      • 19e Beobachter Abteilung
      • 38e Beobachter Abteilung
    • Pi Btl 156 - Pionier Batallion 156 - Genietroepen deels gemotoriseerd
      • Staf - gemotoriseerd
      • 2 Pioniercompagnies
        • Materiaal op karren getrokken door paarden
        • Manschappen te voet
        • 9 Lichte mitrailleurs
        • 6 Lichte vlammenwerpers
        • 2 Zware vlammenwerpers
      • Brückenkolonne B (voor de bouw van noodbruggen)
      • Deze Genie-eenheden zouden tijdens de veldtocht nog toegevoegd worden aan deze Infanteriedivisie
        • 3e Bau Bataillion
        • 44e Pionier Bataillion
        • 65e Ersatz Pionier Bataillion
        • 411e Bruckenkompanie
        • 639e Pionier Bruckencommando - bruggenleggers
    • Luchtafweer
      • 231e Flak Regiment 1e Abteillung -
        • batterij met 4 stuks 8.8 cm luchtdoelartillerie
    • Na Abt 156 - Nachrichten Abteilung 156 - Transmissietroepen
      • Deze omvatte
        • 1 Fernsprechkompanie (telefoniecompagnie)
        • 1 Funckkompanie (zendercompagnie)
        • 1 Nachrichten kolonne
    • 156e Feldersatzbataillon - Opleidingscentrum
    • 156e Infanterie Divisions Nachschubführer
      • Dit was de eenheid die instond voor alles wat bevoorrading aanging. Zowel van goederen zoals brandstof en voedsel maar bv ook van munitie. Dit was op zich opnieuw nog opgedeeld in kleinere deeleenheden
      • 156e Divisionnachschubfuhrer - stafeenheid
      • 156e Verwaltungsdienste - omvatte oa
        • Bakkereikompanie
        • Slächtereizug
        • Verplegungsamt
    • 156e Sanitäts Abteilung
      • Dit omvatte alle medische eenheden alsook de bijhorende ambulances en het veldhospitaal.
    • 156e Veterinärkompanie
      • Dit omvatte de eenheid die begaan was met de verzorging van de dieren, vooral paarden dus.
    • 156e Ordnungsdienste - oa 1e Feldgendarmerietruppe
    • 156e Feldpostdienste - postdienst

Tegenover het kanaal Gent - Terneuzen

De Belgische troepen kregen de opdracht aan het kanaal van Gent-Terneuzen nog tijd te proberen winnen om de resterende Belgische troepen toe te laten na het verlaten van de Scheldestelling, de Leiestelling (met ook het Schipdonkkanaal) hun stellingen te kunnen inrichten.

Duitse 216e Infanterie Divisie

  • De 216 ID was een Reserve Divisie van de 3e Welle. Dit diende men in feite te beschouwen als divisies geschikt om een eerder veroverd gebied te bezetten maar zeker niet als aanvalsdivisies. Daarvoor waren deze eenheden zeker zwak opgeleid en eveneens uitgerust met minderwaardige wapens.
  • Origineel was deze Infanteriedivisie ongeveer 18000 man groot.
  • De 216ID vormde samen met de 30ID (1e Welle) en 56ID (2e Welle) het IX AK (9e Duitse Legerkorps)
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 216e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR348 - Infanterie Regiment 348
    • IR396 - Infanterie Regiment 396
    • IR398 - Infanterie Regiment 398
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een niet gemotoriseerd geniebataljon algemeen voor het ganse regiment)
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG13)
        • 1 MG-Compagnie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • Stab
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG08)
            • 1 Zware mortier (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 8 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • Verst. Radfahrt-Aufklärungs-Schwadron 216 - verkenningseenheid
      • Deze eenheid was een Cavalerie wielrijderscompagnie met
        • 2 Zware mitrailleurs (MG08)
        • 9 Lichte mitrailleurs (model 13)
        • Een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
          • 3 stukken 37mm PAK 35/36
        • Een gemotoriseerd peloton licht infanteriegeschut met
          • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
    • Pz Jäg Abt 216 - Panzerjäger Abteilung 216
        • Staf met verbindingspeloton
        • 3 Kompanies telkens omvattend
          • 12 stuks 3.7 PAK
          • 6 Lichte mitrailleurs (MG13)
    • AR216 - Artillerie Regiment 216
        • 2 gemotoriseerde meteogroepen
        • 1 Verbindingsgroep
        • 1 gemotoriseerde kaartengroep
        • 3 Middelzware artilleriegroepen
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 10.5 cm kanonnen (model 16)
            • 2 Lichte mitrailleurs
        • 1 zware artilleriegroep
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 15cm schwere Feldhaubitze (model 18)
            • 2 lichte mitrailleurs (model 13)
        • Pi Btl 216 - Pioniersbataljon 216 - Genietroepen, volledig te paard
          • Staf
          • 3 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
            • Materiaal op karren getrokken door paarden
            • Manschappen te voet
        • Na Abt 216 - Nachrichten Abteilung 216 - Transmissietroepen

Duitse 208e Infanterie Divisie

  • De 208 ID was een Reserve Divisie van de 3e Welle. Dit diende men in feite te beschouwen als divisies geschikt om een eerder veroverd gebied te bezetten maar zeker niet als aanvalsdivisies. Daarvoor waren deze eenheden zeker zwak opgeleid en eveneens uitgerust met minderwaardige wapens.
  • Origineel was deze Infanteriedivisie ongeveer 18000 man groot.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
    • Stab - Divisiestaf
    • Stabswache - Beveiligingspeloton omvattende
      • Kradmeldezug - 1 Peloton Motorordonnansen
      • Kartenstelle - Kaartenbureau
  • De 208e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR309 - InfanterieRegiment 309
    • IR337 - InfanterieRegiment 337
    • IR338 - InfanterieRegiment 338
    • Elk infanterieregiment omvatte
      • De Regimentstaf met
        • Stab (Stafgroep)
        • Nachrichtenzug (verbindingspeloton)
        • Reiterzug (ruiters die als verbindingseenheid en verkenningseenheid dienden tussen de verschillende bataljons)
        • Pionierbataljon (een niet gemotoriseerd geniebataljon algemeen voor het ganse regiment)
      • Elk Regiment bevatte 3 Bataljons
      • Elk Bataljon bestond dan uit 4 Compagnies, omvattend
        • 3 Schützenkompanies (Fusiliers), omvattend
          • Stab (van de Compagnie)
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 lichte mitrailleurs (MG13)
        • 1 MG-Compagnie (Zware mitrailleurs), omvattend
          • Stab
          • 3 Pelotons met elk
            • 12 zware mitrailleurs (MG08)
            • 1 Zware mortier (8 cm model 34)
      • Panzerjäger Kompanie (anti-tank Compagnie)
        • 12 stuks 3.7 PAK 35/36
        • 4 Lichte mitrailleurs
        • Deze Kompanie was volledig gemotoriseerd
      • Infanteriegeschütz Kompanie
        • 8 stuks 7.5 cm kanonnen (model 18)
        • Allen getrokken door paarden
    • Verst. Radfahrt-Aufklärungs-Schwadron 208 - verkenningseenheid
      • Deze eenheid was een Cavalerie wielrijderscompagnie met
        • 2 Zware mitrailleurs (MG08)
        • 9 Lichte mitrailleurs (model 13)
        • Een gemotoriseerd anti-tankpeloton omvattend
          • 3 stukken 37mm PAK 35/36
        • Een gemotoriseerd peloton licht infanteriegeschut met
          • 2 stuks 75 mm kanonnen (model 18)
    • Pz Jäg Abt 208 - Panzerjäger Abteilung 208
        • Staf met verbindingspeloton
        • 3 Kompanies telkens omvattend
          • 12 stuks 3.7 PAK
          • 6 Lichte mitrailleurs (MG13)
    • AR208 - Artillerie Regiment 208
        • 2 gemotoriseerde meteogroepen
        • 1 Verbindingsgroep
        • 1 gemotoriseerde kaartengroep
        • 3 Middelzware artilleriegroepen
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 10.5 cm kanonnen (model 16)
            • 2 Lichte mitrailleurs
        • 1 zware artilleriegroep
          • Verbindingsgroep
          • Meetgroep
          • 3 batterijen met elk
            • 4 stuks 15cm schwere Feldhaubitze (model 18)
            • 2 lichte mitrailleurs (model 13)
    • Pi Btl 208 - Pioniersbataljon 208 - Genietroepen, volledig te paard
          • Staf
          • 3 Compagnies elk bewapend met 9 Lichte mitrailleurs
            • Materiaal op karren getrokken door paarden
            • Manschappen te voet
    • Na Abt 208 - Nachrichten Abteilung 208 - Transmissietroepen

Duitse 256e Infanterie Divisie

  • De 256 ID was een Reserve Divisie van de 4e Welle. Dit is dus al te beschouwen als de reservetroepen onder de reserve.
  • Voorlopig ontbreekt mij ook wel de detailopbouw van deze eenheden.
  • De Staf van de Infanteriedivisie bestond uit
  • De 256e Duitse Infanterie-Divisie omvatte 3 Regimenten, dit waren dit
    • IR456 - InfanterieRegiment 456
    • IR476 - InfanterieRegiment 476
    • IR481 - InfanterieRegiment 481
  • AA256 - Aufklärungsabteilung 256 - verkenningseenheid
  • Pz Jäg Abt 256 - Panzerjäger Abteilung 256
  • AR256 - Artillerie Regiment 256
  • Pi Btl 256 - Pioniersbataljon 256 - Genietroepen, volledig te paard
  • Na Abt 256 - Nachrichten Abteilung 256 - Transmissietroepen
  • Divisions Nachschrubführer 256 - bevoorradingskorps
Home Terug naar bovenkant pagina Vorige Volgende